De Amsterdamse Metro zuigt
Nederland is natuurlijk een prachtig mooi land. Los van het weer dat af en toe te wensen over houdt en wat gemiep in de marge is het op weinig plekken beter. Of mooier. Behalve de Amsterdamse Metro dan. Wat een vieze grauwe bedoening. Ik heb zo op de wereld inmiddels wat metro’s gezien, en overal glom het, was het warm, was het nieuw en voelde je je lekker veilig. De meeste metro’s hebben qua uitstraling veel weg van een vliegveld, maar die in Mokum meer van de gevangenis waar hij langs rijdt. Nee, daar is het mooier en schoner. In een betonnen bunker zit je, de wagons volgespoten met een soort van graffiti, nare harde stoelen, een krakende Read more »
Popularity: 7% [?]
Sinds ons verblijf in Vietnam en Cambodja zijn wij verslingerd aan verse loempia’s. Dat zijn niet die gefrituurde dingen die je bij de Chinees op de hoek of de Vietmanees uit een mini-caravan koopt, maar verse ongebakken groenten, lekker gemarineerde kip en superfijne mie opgerold in geweekte bladeren rijstpapier. Deze omschrijving is wellicht onduidelijk, maar de slimmeren onder ons weten het wel te vinden via google ofzo. Maken we er nog zelf een op chili-saus gebaseerde loempiasaus bij en we kunnen smullen. Je moet er wel even een tijdje voor in de keuken staan en we hebben het binnen no-time weggeschrokt, maar dat vinden we helemaal niet erg. Het is lekker en we hebben daarbij het idee dat het soort van gezond is.
Vanmiddag een solli gehad. De functie waarvoor ik op gesprek moest was niet helamaal duidelijk, maar omdat het telefoongesprek prettig was en de locatie dichtbij besloot ik te gaan praten. Vanwege de informele sfeer tijdens het telefoongesprek en de onduidelijkheid besloot ik na lang wikken en wegen geen jasje-dasje te doen. Volkomen bewust. Aan het eind van een lang, goed en prettig gesprek kwam na de afsluiting alsnog de vraag waarom ik niet in pak was gekomen. Ik was er op voorbereid en legde mijn beweegredenen uit, wat nog werd begrepen ook. Altijd fijn. Maar ik gaf natuurlijk het verkeerde antwoord. Ik had gewoon moeten zeggen:
Joeperdepoeper, het gaat weer vriezen.
Of ik wel als de sodewiedeweerga wat wilde gaan bloggen. Dat verzoek kreeg ik de afgelopen weken uit verschillende hoeken te horen. En ik maar denken dat niemand nog geïnteresseerd was in wat ik te schrijven had. En voor de zoveelste keer in mijn leven zat ik er helemaal naast. Maar de mensen die mij luiheid verweten gelukkig ook. Ik was namelijk lekker mezelf aan het verdiepen in allerlei technische vernunftige dingen en het bouwen van een nieuwe website. Op een eigen domein nog wel, want als je serieus genomen wilt worden, dan schijnt dat er bij te horen.
Soms is oud nieuws ook leuk. Vooral als het goed nieuws is en het je ego streelt. Zoals insiders weten ben ik nog steeds een wannabe-popster in het genre singer-songwriter, voormalig bandleider van een bandje dat op zijn hoogtepunt de status “niet goed, wel leuk” had en wordt mijn beperkte gitaarspel slechts gedeeltelijk gemaskeerd door mijn sensationele podiumact die gebaseerd is op de lieve kuiltjes in mijn wangen die ik tevoorschijn tover als een lied er weer niet helemaal ten gehore is gebracht zoals ik dat graag had gewild. Zoals het eigenlijk had gemoeten dus.
Sinds dat ze geboren is zie ik in Eline, de dochter van Jan. en tante Co, een meisje dat op gaat groeien tot een stoer wijf. Ik zag haar als
Jaja, ik ben heus wel aan het rondkijken voor werk. Niet zo hard als ik zou kunnen, maar ik ga gerust wel weer eens inkomen genereren. En dan meer dan die dollar per dag die ik met reclames op internet verdien. Er zijn hele volksstammen die daar van kunnen leven, maar ik ga het er uiteindelijk niet mee redden. En het knaagt. Niet zozeer bij mij, maar bij een aantal mensen om mij heen. En terecht. Terwijl zij zitten te buffelen en te sappelen ben ik aan het lanterfanten. En zelfs al ben ik de hele dag bezig, dat maakt niet uit, ik snap dat gemopper heus wel.
Och, wat had ik een spierpijn gister. En nu ook nog best wel. Op plekken waarvan niemand had vermoed dat ik daar spieren had. Maar dat neem ik maar voor lief, want mijn debuut als stage hand in P3 is me uitermate goed bevallen. Het was dan wel lichamelijk zwaar, maar geestelijk zeer ontspannend, want ik hoefde alleen maar te doen wat anderen mij opdroegen. Een soort domme kracht dus, waarbij ik natuurlijk sterker was in het domme gedeelte. Maar dat mocht de pret niet drukken.
Na weken van mislukte pogingen ben ik dan gisteren eindelijk door