Tuesday, January 22, 2019

Dirrux' Blaasbalg

Anyway: the wind blows

Het verplichte visumverhaal

Posted by Dirruk On July - 9 - 2008

Mooier dan alle souvenirs die we voor weinig bij elkaar kunnen kopen zijn alle stempels die we aan het eind van onze reis in onze paspoorten hebben staan. De eerste zes maanden waren erg makkelijk wat dat betreft. Je gaat naar de grens van een land, je betaalt wellicht een paar Euro en je krijgt een stempel en mag drie maanden in het land blijven. Als je het land uit gaat, dan krijg je weer een stempel en ook daar moet je soms iets voor betalen. Dat geld hebben we er graag voor over, want wij zijn verliefd op onze visumstempels.


Wij zijn zo verliefd op onze stempels dat wij daarom bijna tegen de Europese Unie zouden zijn. Net als het continu moeten omrekenen van geldbiljetten en het bekijken van de afbeeldingen op vreemd geld dat vaak erg vies ruikt, maakt dat het buitenland gewoon zo lekker buitenlands. Tot nu toe hadden we nog niets geschreven over de visa of de aanvraagperikelen daaromtrent, terwijl dat toch bij elk groot reisverslag hoort, maar daar komt nu eindelijk verandering in, want ze zijn begonnen.

De eerste hik die we onderweg hadden was toen we naar Australie wilden. Het visum bleek van te voren te moeten worden aangevraagd, maar dat kon gelukkig gewoon via internet en was binnen een dag geregeld. Singapore deed niet moeilijk en ook Thailand niet. In Thailand kregen we keurig een stempel in ons paspoort bij aankomst op het vliegveld en we maakten ons weer eens nergens druk om. Hadden we wel moeten doen, want we gingen er vanuit dat we een drie maanden visum hadden. Dat dat niet zo was, daar kwam ik achter op de dag dat ons visum verliep. Oei, foutje, bedankt.

Uiteraard gebeurde dit op een vrijdag op een tijdstip dat alle officiele instanties net aan de vrijdagmiddagborrel waren begonnen. We charterden nog een Tuk Tuk om de touristenpolitie om hulp te vragen. Het buro zat lekker ver buiten het centrum en de man achter het loket rende meteen naar achter nadat hij ons had aangehoord. Hoi, dachten we, we worden geholpen, maar nee, hij ging iemand halen die wel Engels sprak. Logisch als je bij de touristenpolitie werkt en en je praat geen woord over de grens. Maar goed, we werden daarna keurig te woord gestaan en afgewimpeld. Maandag konden we terecht bij de immigratiedienst en elke dag dat ons visum verlopen was zou ons tien Euro per persoon per dag kosten. Vette pech, maar eigen domme schuld.

Die maandagochtend waren we erg snel klaar met de verlenging van het visum en de boete hebben we niet eens hoeven betalen. Maar we hadden onze les geleerd: we moeten toch wat beter opletten met de visa. Aangezien we naar Laos zouden gaan en onze reisgids niet erg veel duidelijkheid schiep hebben we het internet afgezocht over hoe dat dan zat. Kwamen we meteen achter de onstelbare zwakte van internet: iedereen kwakt er maar wat op, halve verhalen, onjuiste informatie, je hebt er uiteindelijk niets aan. Maar na wat navragen bleek dat we gewoon aan de grens een 30-dagen visum zouden krijgen en dat was inderdaad waar. Kost wat, maar je krijgt een mooie stempel en een handtekening in het paspoort, dus dat was feest.

Inmiddels waren we ook op internet op zoek gegaan naar informatie over de visa voor Vietnam, Cambodja en India. En ook hier schitterde het internet weer in het verschaffen van halve en onjuiste informatie. Allerlei fora staan vol met mensen die precies weten wat je moet doen, maar iedereen heeft ook een ander verhaal. Vaag, moeilijk, stom. Gelukkig zaten we in de hoofdstad Vientiane en daar zagen we dat verschillende reisburo’tjes visa voor je konden regelen. Hoe sneller je het wilt hebben, hoe meer je betaalt. Het kan zelfs binnen een dag.

Dat vonden wij een goed teken en wij dachten erover om zo’n buro’tje in de hand te nemen. Omdat we ook hier weer op vrijdagmiddag aankwamen kon het sowieso niet voor maandag geregeld worden en gedurende het weekend kwamen we erachter dat alle ambassades die we nodig hadden op loopafstand lagen en dat we dus ook zelf wel zonder tussenpersonen onze visa konden regelen. Het leek ons leuker om zelf te doen en niet te vergeten: het zou waarschijnlijk goedkoper zijn. Ja, je blijft toch Hollander, hoe ver je ook reist.

Maandagochtend half acht stonden we bij de Vietnamese ambassade. Vanwege de "monday meeting" gingen ze echter wat later open en na een ontbijt van bami-soep stonden we een half uur later bij het loket, vulden we de formulieren in, voegden een pasfoto bij en kregen we te horen dat het drie dagen zou duren. Nog voordat we konden zeggen dat we het vandaag nog wilden werd ons al  verteld dat het ook vandaag nog kon. Moesten we alleen wat meer betalen. Ja, dat dachten we al en we knikten instemmend, zodat we tien minuten later buiten stonden met werkelijk prachtige  visumstickers. We vonden het wel vreemd dat je in de amassade van een communistisch land wordt voorgetrokken als je meer geld hebt, maar dat waren we ook zo weer vergeten. Sommige dieren zijn meer gelijk dan andere dieren, of zoiets.

Aangespoord door dit succes zijn we daarna naar de ambassade van Cambodja gelopen. We moesten hier twee keer hetzelfde formulier invullen omdat carbonpapier of een kopieermachine kennelijk niet beschikbaar waren. De meneer die ons hielp was streng en blafferig, maar onze aanvragen werden in behandeling genomen en we konden om vier uur ‘s middags onze paspoorten met wederom prachtige visumstickers ophalen. En alweer waren we als kinderen zo blij.

Omdat de ambassade van India naast die van Cambodja lag zijn we meteen even gaan informeren hoe daar de visumaanvragen werden behandeld. Als het even meezat, zo dachten we, dan hebben we morgen ook onze visa voor India te pakken. Maar dat viel wat tegen, het zou minimaal zeven dagen duren. Geen idee waarom dat zo lang moet duren. Misschien naaien ze hem er wel in met gouddraad, maar de kans is groter dat er een geweldig bureaucratisch apparaat overheen wordt gebogen omdat iedereen zijn baantje wil behouden.

We vonden Vientiane een leuke stad, maar na vier dagen waren we er wel uitgekeken dus we hebben besloten de aanvraag over een week of zes nog maar eens in Bangkok te gaan doen. Dat belooft dus wat, dat India, waar bureaucratie nog een ware levenskunst moet zijn. Poeh, en dat terwijl hier alles zo makkelijk gaat. En als ik de verhalen op internet moet geloven, dan is het aanvragen van een visum voor China nog een veel groter drama. Maar dat zien we tegen die tijd dan wel weer en we geloven er toch niets van, want internet staat toch gewoon vol leugens.

Dirk

Add A Comment