Een wereldreis is natuurlijk niet alleen maar leuk in de bus, het restaurant en in de hotelkamer hangen, er moet hier en daar natuurlijk ook van alles worden bekeken. Musea, ouwe gebouwen, parken, tempels, markten en wat dies meer zij. Onze voorkeur gaat uit naar de min of meer ongerepte natuur, waar we zo veel mogelijk dierenspul hopen te zien. Het liefst lopen we gewoon over verharde wegen en paden, want als je over die gladde hobbelige paadjes gaat lopen, dan ben je zo bezig met te kijken waar je loopt, dat er verdomd weinig tijd over blijft om het plaatselijke wild te bekijken.
Popularity: 8% [?]


Er valt tot nu toe weinig positiefs over Vietnam te melden, maar we zijn dan ook een stel zeurpieten geworden ondertussen. Door al het gereis weten we nu duidelijk wat we wel en niet willen en wat we wel en niet pikken. En wat we in Midden-Amerika hebben gepikt omdat we er op voorbereid waren, pikken we hier niet omdat we het niet verwacht hadden en het daarom onvoorbereid op ons bord hebben gekregen. Bovendien hebben we dat allemaal al meegemaakt dus hoeven we niet meer in een klein busje met 40 man, ingepakt als vee.
De eerste week Vietnam zit er al weer op, en dat is niet zonder slag of stoot gegaan. Uit eerdere verhalen zal het wel enigszins doorgeschemerd zijn dat we het niet helemaal honderd procent naar onze zin hadden. Inmiddels hebben we het land een beetje leren kennen en we beginnen het zeker wel te waarderen. We zijn er ook achter waarom we het niet zo naar onze zin hadden: Een communicatieprobleem, een loeiend hete zon en last but not least: een verkeersdrukte waar je hoornstapeldol van wordt. We hadden niet alleen een cultuurshock en een zonnesteek, maar ook een traffic-shock.
Het begon er mee dat we in de bus stapten twee dagen geleden. We hadden lekker rustig aan gedaan want we hadden toch vaste zitplaatsen en keken aardig op onze neus toen bleek dat niemand zich daar wat van aan had getrokken en we dus naast elkaar opgevouwen achterin moesten zitten. (Gelukkig nog wel naast elkaar want de stoelen die we eigenlijk hadden, 12 en 13, bleken helemaal niet naast elkaar te zitten).
Mooier dan alle souvenirs die we voor weinig bij elkaar kunnen kopen zijn alle stempels die we aan het eind van onze reis in onze paspoorten hebben staan. De eerste zes maanden waren erg makkelijk wat dat betreft. Je gaat naar de grens van een land, je betaalt wellicht een paar Euro en je krijgt een stempel en mag drie maanden in het land blijven. Als je het land uit gaat, dan krijg je weer een stempel en ook daar moet je soms iets voor betalen. Dat geld hebben we er graag voor over, want wij zijn verliefd op onze visumstempels.
En zo waren we opeens beland in Laos, waar we eigenlijk verdomd weinig van af wisten. Laos was voor ons niet meer dan een soort gember en een communistisch land ergens diep in Azie. Nu weten we wel beter, want Laos is best wel leuk. Prachtig eigenlijk. Warm, maar prachtig. Het enige minpunt, zoals in zoveel landen, zijn de toeristen, maar daar willen we niet teveel over klagen, daar horen wij namelijk ook een beetje bij.
Marian is alweer een paar weken bij ons weg. We kunnen wel tien verhalen schrijven over wat we met haar allemaal hebben meegemaakt, maar de meeste mensen zullen via haar inmiddels de smeuige verhalen wel gehoord hebben. Voor wie het nog niet heeft gehoord kan ik wellicht vertellen dat is gebleken dat Marian en ik hetzelfde flauwe gevoel voor humor hebben en dat we elkaar willen gaan adopteren als broer en zus. Ik heb naast mezelf namelijk nog nooit iemand meegemaakt die net zo goed kan dirken als ikzelf en dat is natuurlijk geen compliment, maar het leidt wel tot een grote zielsverwantschap. Ik mis haar nu dus bijna al net zo erg als dat Linda dat doet.
Ik heb overal blauwe plekken van jou..
We reizen nu al weer bijna een week met z’n drieen, Marian heeft zich naadloos bij ons aangesloten en we verkennen Thailand met veel onderbroekenlol. Marian had een mooie nieuwe groene rugtas en twee inmens grote wandelschoenen mee, dus ze was helemaal voorbereid. Tenminste: dat dacht ze. Maar aangezien ze nog nooit eerder de rugzaktoerist had uitgehangen was het dus eerst zaak haar de fijne kneepjes van dat vak te leren. En dat is ons gelukt, want binnen twee dagen hebben we haar zo’n beetje alles kunnen laten meemaken wat je nou eenmaal mee hoort te maken als wereldzwerver.
Na een maandje heerlijk rondtoeren in Australie met een iets te gammele camper, waarvan de accu het halverwege ook nog eens begaf, hebben we met veel blijdschap dat ouwe kreng ook weer ingeleverd. Er stonden 400.000 kilometers op de teller en het interieur was sinds de aanschaf nooit gepimpt of opgeknapt, dus jullie kunnen je wel iets voorstellen bij de staat van het busje. De man die het busje in ontvangst nam was enigszins ontroerd dat de ouwe bekende er weer was en doordat we tijdens de inspectie alles vrolijk opnoemden wat gammel, oud, vies of kapot was, heeft hij nooit opgemerkt dat de stootbeugel linksachter enigszins was verbogen.