Aanstaande zondag vliegen we naar Paaseiland en laten we Latijns-Amerika achter ons. Strikt genomen is Paaseiland nog gewoon Chili natuurlijk maar het voelt alsof we aan een nieuw hoofdstuk gaan beginnen. We gaan een paar dagen de beelden en het eiland verkennen (we beloven de oren met rust te laten) en daarna gaan we een paar dagen niets anders doen dan op het strand van Tahiti liggen. Dan volgen Nieuw Zeeland en Australië.
Popularity: 4% [?]


We durven inmiddels best hardop te zeggen dat wij ervaren reizigers zijn. Dat wil echter niet zeggen dat we alles perfect doen en ook niet dat we niets meer bij te leren hebben. Van eerdere ervaringen hadden we bijvoorbeeld geleerd dat het niet handig is om in het donker in een stad aan te komen, omdat het dan zo moeilijk zoeken is naar een hotel en er niet altijd fris volk rondloopt en ook hadden we van onze ervaringen rond kerst en oud en nieuw geleerd dat het niet prettig is om in een echt toeristenoord te verblijven tijdens de feestdagen.
Na maarliefst twee dagen niks doen in de warmte begon ons bloed alweer te kruipen waar het niet gaan kon en besloten we naar het schattige bergdorpje Putre te gaan om daar wat door de bergen te wandelen en een expeditie te ondernemen naar de hoogvlaktes in het grensgebied met Bolivia. Voor de verandering was alles weer prachtig en verliep bijna alles zonder problemen, op de vreselijk lage temperaturen na dan.
Helaas, Peru zit er alweer op. Na ruim vier weken hebben we dat land gelaten voor wat het is en nu zitten we lekker in het zonnetje in Arica te Chili. Daar waren we wel even aan toe, aan de warmte van dat zonnetje, want zelfs al zit je dicht bij de evenaar, op 3500 meter is het pittig koud. Gelukkig was de kou onze enige tegenstander, want de hoogteziekte, voor zover we daar last van hadden, bleek prima te bestrijden met coca-snoepjes. We komen de komende maanden dan wel door geen één dopingcontrole meer, het heeft ons flink op de been gehouden de afgelopen week.
Zo, we zijn aangekomen in Puno, bij het meer Titikaka dat op 3800 meter ligt, waar de eerste Inca-koning uit de klei schijnt te zijn getrokken en ook is dit de geboortegrond van de in Nederland zo geliefde aardappel. We gaan hier een paar drijvende eilanden bekijken en dan gaan we verder richting Chili. De Nazca-lijnen slaan we over, die doen we mogelijk een volgende keer wel, want na een bezoekje aan het prachtige Machu Picchu hebben we voorlopig wel weer genoeg geld uit onze zakken laten kloppen.
Linda en ik hebben een haat-liefde-verhouding met vliegvelden. Aan de ene kant is het altijd fijn om te gaan vliegen, is alles altijd zo lekker glimmend mooi en schoon en vind je er van die mooie winkeltjes. Aan de andere kant is het de plek waar je soms uren moet wachten, waar de omroepstem altijd nét niet verstaanbaar is en waar heel veel mensen met verzonnen functies menen dat ze veel belangrijker zijn dan jij en bureaucratie tot kunst verheffen. Zo ook op het vliegveld van Lima.