Songteksten
No Comments Snap jij ‘t nou?
Je was er wel
Maar veel te kort
Kan wel hopen maar denk
Dat het toch niets wordt
Je stem is zo sexy
Je looks zo perfect
We mailen te vaak
Maar we hebben nooit gebekt
(Refrein)
Snap jij het nou, dat wat er is
Of is het zo leuk omdat er juist niets is
Snap jij het nou, dat wat er is
Of is het zo tof omdat er toch niets is
Je vindt me leuk
Maar het ligt wat raar
Ik zeg het ligt lekker
Oh, was het maar waar
Is dit cyber-sex
Een virtuele romance
Is het gewoon gein
Of maak ik een kans
(Refrein)
Een mail met een knuffel
Een cybercard met lik
Fantasieën van ons samen
Waarin ik bijna stik
Door jou vergeet ik
De ellende die ik had
Je hebt maar een nadeel
Je woont in de verkeerde stad
(Refrein)
Een kans van 1 op 1000
Dat het waarheid wordt
Een kans van 1 op 100
Het wordt heftig maar kort
Een kans van 1 op 10
Dat ik met je stappen ga
En de kans van 1 op 1
Oooooh, die wil ik ja, maar, maar, maar
(Refrein)
© Dirruk
Popularity: 28% [?]
Een paar dagen geleden was het tijd om te doen wat Linda al zes jaar geleden had willen doen, maar wat door tijdgebrek niet lukte: met de trein door de Andes naar "El Nariz del Diablo", ofwel "de neus van de duivel". En dan niet zomaar met de trein, nee, bovenop de trein zou dat gaan gebeuren. Adrenalinesporten zijn toch verzekerd in onze polis, dus een potje treinsurfen met prachtige uitzichten, dat zagen wij wel zitten. En iedereen die wel eens heeft weggedroomd bij het TV-programma Rail Away, die zal dat begrijpen.
We hebben de afgelopen dagen weer eens tevergeefs zitten wachten op een actieve vulkaan, ditmaal de Tungurahua. Hij is wel lekker bezig, het journaal en de kranten staan er hier bol van en de meeste toeristen blijven daarom wijselijk uit zijn buurt, maar voor ons hield hij zich steeds verborgen achter de wolken. De hufter. Ondertussen hebben we ons vermaakt met wat culturele bezigheden, waaronder het eten van levende mieren met citrus-smaak, het zitten in een boomstamkano (die werd bestuurd door een indiaan in een Ajax-shirt) en het schieten van pijltjes door een blaaspijp. Ja, je moet toch een beetje integreren met de plaatselijke bevolking. Maar op één vlak heb ik nog wat moeite om me aan te passen, en dat betreft het eten van cavia´s.
Als het in Ecuador regent, dan regent het ook echt. Niet alleen nat, maar ook hard. En als het niet regent dan verdampt de regen meteen door de hoge temperatuur, waardoor je net zo nat wordt van het zweten als vlak daarvoor van de regen. Natuurlijk hebben we regenkleding mee en die zorgt er dan wel voor dat je niet zo nat wordt van de regen, maar ook dat je het zo warm krijgt dat je bijkans nog natter wordt van het gezweet dan dat je van de regen zou zijn geworden. Ecuador is een mooi, maar vooral nat land.
Nadat we de afgelopen twee dagen Quito hebben bekeken, een uitstapje naar de evenaar hebben gemaakt en uren en uren in verschillende reisburo´s hebben gezeten om een zo goedkoop mogelijke reis naar de Galapagos te regelen vonden we het weer eens tijd richting het platteland te gaan. En deze keer waren de uitlopers van het Amazone-gebied aan de beurt.
Zo, we zijn aan de andere kant van de evenaar. Quito ligt op 2700 meter of zoiets en dat is dus even wennen wanneer je hier het Nederlandse tempo wilt aanhouden terwijl je tegen de steile straten oploopt. Je bent binnen de kortste keren buiten adem. Vanwege het hoogteverschil raken sommige buitenlanders een beetje wazig
Morgen vliegen we vanuit San José naar Quito ¡n Ecuador en dan zit het eerste hoofdstuk van onze reis er op. De vlucht gaat via Miami en dat lijkt helemaal niet handig, maar de maatschappijen waar we mee vliegen doen die vlucht niet rechtstreeks, dus dat moet dan maar. Zijn we weer een dagje fijn onder de pannen en we krijgen naar verwachting twee heerlijke plastic vliegtuigmaaltijden. Misschien geen feest voor de papillen, maar in elk geval wel weer voor het budget.
Het zand werd ons wat te heet onder de voeten, daar aan het strand in Costa Rica, dus keken we in de reisgids en besloten we naar het hooggelegen Santa Elena te gaan. Een verfissende onderbreking, zo heette het daar te zijn. Dat zagen we wel zitten. Bovendien was het volgens de gids een goed alternatief voor het veel toeristischer Monteverde, dat een paar kilometer verderop ligt. Nu is onze gids al weer vijf jaar oud, dus dat laatste klopte niet meer helemaal. Alhoewel de laatste dertig kilometer over onverharde wegen moest worden afgelegd zat het er stampvol met hotels en restaurants die gericht zijn op toeristen die graag andere toeristen ontwijken. Er kan een hoop veranderen in vijf jaar. Toch was het er wel aangenaam toeven, daar hoog in het regenwoud, al was het wat winderig. Zeg maar stormachtig. En nat. Erg nat.
Gisternacht hebben wij een wonder der natuur mogen aanschouwen. We hebben een leatherbackschildpad van zo’n 1 meter 30 op het strand eitjes zien leggen. Indrukwekkend! We hadden kaartjes gekocht voor de trip van zeven uur. Als goede Nederlanders ons bijna nog gehaast om te zorgen dat we niet te laat zouden komen, om er vervolgens achter te komen dat de groep voor ons nog niet eens vertrokken was. Ik geloof dat die een uurtje eerder hadden moeten vertrekken. Het is dan wel Costa Rica en iedereen is op vakantie, maar hier maak je vakantiegangers toch echt niet blij mee. Er klonk her en der wat gemorrel maar iedereen wilde toch wel de schildpadden zien.