Columns
No Comments Uit de kast
Ik ben niet beter dan wie dan ook, ik lul gewoon met de vulling van mijn portemonnee mee. Zeker als het op auto’s aankomt. Normaalgesproken boeien auto’s mij totaal niet, behalve de geyle vaute auto’s die toch niet te betalen zijn. Mijn laatste twee auto’s waren dan ook gewoon maar stationwagens waar niemand opgewonden van raakt, waar je nergens de show mee steelt, behalve op broedplaatsen van alleenstaande moeders zoals Artis op de zondagmorgen. Maar wat kan een mens veranderen als die toch opeens een gloedjenieuwe auto mag uitkiezen van meneer de baas.
In de voorbereidingen voor de selectie van de auto binnen het gestelde
budget had ik een paar goede eisen gesteld. De auto moest degelijk
zijn, met een goede edoch niet overdreven laadruimte, hij moest een
middenconsole hebben om mijn arm op te leggen, één en ander moest
electrisch te bedienen zijn en natuurlijk moest er een beetje pittige
dieselmotor inzitten. Last but not least hoefde het geen stoere auto te
zijn, maar ook weer niet een lullige waar iedereen me om uitlacht.
Om nog serieuzer over te komen had ik mijn trouwe vriend Jan.
gevraagd om mee te gaan naar de showrooms. Hij doet iets met
marktonderzoek van auto’s, dus hij weet wel een beetje wat er te koop
is, wat de mensen van bepaalde auto’s vinden en ook nog wat de
gebruikservaringen en belevenissen van de gebruikers zijn. Een betere
begeleider kon ik mezelf niet indenken, en natuurlijk had ik daarin
gewoon gelijk.
Jan. nam gelukkig bij de meeste dealers het voortouw met het
gericht stellen van vragen over technische details, waar ik in eerste
instantie niet verder kwam dan de mededeling dat ik op zoek was naar
een auto en dan werd getrakteerd op een verkoper die mij een wollig
verhaal op de mouw probeerde te spelden over het leefklimaat in de auto
en de vervoersbeleving.
Zonder verkopers ging het toch wat gemakkelijker. De
technische gegevens staan in de folders en de rest kunnen we ook wel
zelf zien. Main topic van deze autostrooptocht was de achterklep en de
laadruimte. Wat dat betreft ben ik toch iets vooruit gegaan ten
opzichte van de queeste van een paar jaar geleden waarbij ik samen met
Scheisse op de autorai de auto’s nog beoordeelde op het
handschoenenkastje. Als die een slap deurtje heeft, dan kan de rest van
de auto ook niets voorstellen, aldus mijn eigen filosofie.
Na een stuk of wat dealers te hebben lastiggevallen met vragen
over de laadruimte, die vaak niet door ons zelf ontgrendeld kon worden
en we al een heel subjectieve voorselectie hadden gedaan, kwamen we dan
eindelijk bij mijn grootste liefde in de auto’s aan: De Honda. Twee
foute coupé’s heb ik al versleten van het type civic, waarbij de
gastank steeds zo’n 60 procent van de laadruimte opslokte, en nooit heb
ik fijner in een auto gezeten. En weer werd ik gewoon smoorverliefd op
de nieuwe versie. De sport-uitvoering natuurlijk dan hè?
Hij glom zo mooi. En o, de inrichting. Zie je wat ze met die
voorkant hebben gedaan? Ik bedoel die rij lichten? Stoer sportstuurtje
trouwens. O, enne, zie die 3-D display op het dashboard eens. Enneh,
die motor die heeft een behoorlijke inhoud en belachelijk veel PK’s!
Joepie, hij kan lekker hard. Hij heeft zelfs een heel behoorlijke
laadruimte achter. O, ik wil em, ik wil em, ik wil em!
Eigenlijk wist ik al dat ik hem wilde voordat ik van huis
ging. Maar ik vocht tegen mijn testosteron, ik wilde niet een man zijn
die zijn plas liet lopen omdat een auto er zo geyl uitziet, maar het
lukte me niet. Ik geef dus kennelijk wel om auto’s, alles wat ik daar
in het verleden over heb beweerd is dus alleen maar grootspraak en/of
een ontkennende fase geweest. Laten we het maar een soort uit de kast
komen noemen.
Die auto moet en zal dus de mijne worden. De keuze is gemaakt,
dat probleem hebben we gehad. Nu alleen nog even sjoemelen met het
huishoudgeld zodat ik die 125 euro bovenbudgettaire lease-euro’s ergens
mee kan financieren en kijken of ik Linda zo gek krijg dat ze ook in
zo’n belachelijke kitsch-wagen wil rijden.
Popularity: 2% [?]