Columns
3 Comments Slome Joke
Wie heeft er niet een altijd durende liefde voor zijn eerste auto? Een historisch moment in je leven, een auto op je eigen naam. Een auto die je overal naartoe brengt, die altijd voor je klaar staat, die het altijd met je doet. Altijd is dan een relatief begrip, want een eerste auto hoort een vierdehands te zijn die hier en daar wat ouderdomsgebrekjes vertoont, maar dat vergeef je haar. Je geeft zo’n eerste auto ook een naam. In mijn geval heette ze Joke. Slome Joke wel te verstaan.
De naam was liefdevol aan haar gegeven door mijn ouders. De
eerste twee letters van het kentenen waren SJ, en zij vonden die naam
dus wel passend. Joke was ook niet erg vlot, een Suzuki Alto met een
1.0 motortje erin. Duidelijk gevoelig voor de wind, waardoor bij
windkracht 4 de topsnelheid zo’n veertig kilometer kon variëren al naar
gelang de wind- en rijrichting. Maar dat gaf niets, ik kwam waar ik wou
zijn, tijd was vroeger nog niet zo belangrijk.
Joke was wel in bezit van een heus sportstuur. Niet dat ze
daar sneller van ging rijden, maar een logistiek slimmigheidje van de
vorige bezitter omdat iemand van boven de één meter tachtig anders zijn
benen niet kwijt kon. Ze was mijn oude fiets waarop ik het autorijden
echt leerde. Niets automatisch, geen stuurbekrachtiging, weinig vering
en snel slijtende onderdelen. Ze bracht me dus regelmatig in contact
met de Wegenwacht en door haar leerde ik één en ander over auto’s.
Ze leerde me bijvoorbeeld ver een zomer en een winterstand
van een carburateur. Aangezien mijn ouders altijd volautomatische
auto’s reden had ik daar nooit van gehoord. Ik was dan wel enigszins
beschaamd toen de wegenwacht mij vertelde dat ik alleen maar dat ene
palletje over hoefde te halen. En zo leerde ze me nog wel meer
kleinigheden waar ik later nog veel aan zou hebben.
Slome Joke werd op een zijspoor gezet toen ik mijn eerste
lease-auto kreeg. Een redelijk foute Honda, welke nog steeds de mooiste
is die ik ooit heb gereden. Joke werd bewaard als boodschappenwagen
voor mijn toenmalige eega en volgens de belasting reed ik in haar al
mijn privékilometers die ik slim had uitgespaard door te car-poolen. Af
en toe ging ik met Joke nog wel eens op pad, ik was echter verwend en
waardeerde haar niet meer. Ik voelde me onveilig, vond haar te traag en
had het idee dat ik in een kart aan het stuiteren was.
Wtoen er een tweede lease-auto voor de deur kwam te zijn was
Joke obsolete en werd ze voor twaalfhonderd gulden verpatst.
Emotieloos. Een onwaardig en triest einde.
Nog triester echter is dat ik gister hoorde dat de Alto uit
productie wordt genomen. Dat geweldige kleine zuinige hobbelauto’tje,
dat in de loop der tijd een paar leuke make-overs heeft ondergaan. Elke
keer als ik een Alto voorbij rijd (andersom gebeurt gewoon niet), dan
kijk ik even nostalgisch naar rechts. Mijn eerste grote liefde. Dan
geef ik even gas en ben ik dat weer kwijt, maar toch even een fijne
emotie gehad.
Nu hij uit productie wordt genomen zullen over een paar jaar
dus bijna geen Alto’s meer rijden. Ze hebben geen extreem lange
levensduur en de kans dat er autogekken zijn die zo’n juweeltje in hun
verzameling nemen en terug restaureren naar de oorspronkelijke staat is
uiterst klein. Joke en al haar zusjes zullen dus voorgoed verloren gaan
en zo zal de herinnering aan deze prachtauto vervagen.
Gelukkig heb ik de foto’s van Joke uit de boedelscheiding van
destijds kunnen redden. Ik ga daarmee een mooi altaartje voor haar
bouwen.
Rust zacht, lieve Joke.
Popularity: 2% [?]
mijne, een fiat, naam Harry… ach ja… maar nu op mijn loggie jouw gedichtje van de “uitgezette”… met linkie natuurlijk… kijk maar snel…
Slome joke haha ik heb nog geen eigen auto gehad ik heb nl nog geen rijbewijs.
Dan kun je je fiets een naam geven.