Kaartjes
Vorige week belde mijn field-manager met een blijde boodschap: mijn visitekaartjes waren binnen. Niet dat ik er om gevraagd had, niet dat ik ze nodig heb, ik hou niet eens van visite, maar ik had er nou eenmaal recht op, het hoort bij mijn functie, dus heb ik ze opgeëist als ware het een waardevol emolument dat in een kerstpakket zijn gelijke niet kent.
Vandaag kwam ie ze brengen. Tweehonderd van die kleine rechthoekige
kartonnetjes. Mijn voorletters en mijn achternaam staan er op, naam,
logo en adresgegevens van de zaak en een email-adres dat ik nooit
gebruik omdat ik twee privé-email-adressen heb en nog eentje van het
bedrijf waar ik ben gedetacheerd om mijn kunstje te vertonen. Vooral
met die laatste mail ik me suf de laatste tijd. Niet eens privé, maar
met name zakelijk. Het is namelijk druk, de dagen gaan lekker snel, ik
heb geen eens tijd om hier te kijken, maar wat zou het: ik heb
visitekaartjes, dus ik besta.
Het is niet de eerste keer dat ik ze krijg. Het is al de
vierde keer. En ik weet dus ook dat ik er weinig mee zal doen. Ik geef
er een paar aan mijn ouders, die trots naar me zullen kijken. Mijn eega
heeft er eentje gekregen, misschien geef ik er de eerste week nog eens
wat weg in de kroeg als ik teveel gedronken heb, maar verder zal de
voorraad die ik in mijn portemonnee meetors alleen maar vies worden en
zullen de hoekjes dusdanig omkrullen dat ze te lelijk zijn om weg te
geven, zodat ik ze maar weer weggooi. De rest van de kaartjes belandt
thuis in een la, naast die andere drie doosjes die ik nog heb totdat ik
ze later ooit nog eens aan jullie kleinkinderen laat zien om te tonen
dat ik heus niet zo’n loser was als hun grootouders ze wijs proberen te
maken.
Ik zal ze jullie dus niet door de strot douwen. Maar mocht je
er zelf erg geil van worden, van die dingen, vraag er gerust om. Ik
verwacht dan natuurlijk wel op visite te worden gevraagd. En ook als
jullie mij je kaartje opdringen zal ik direct de mijne ook geven. Dat
hoort nou eenmaal bij het ritueel. Verwacht dan niet dat ik dat kaartje
ga bekijken of gebruiken, die eindigt na verloop van tijd in een bakje
waar er nog veel meer in zitten. Die ga ik allemaal bekijken als ik met
pensioen ben, mijmerend over those days, en dan hoop ik dat mijn
Alzheimer me gunstig gezind zal zijn.
Leuk voor later dus, die dingen, maar verder net zo nutteloos, overbodig en onmisbaar als een stropdas.
Popularity: 2% [?]
Aan wie heb ik jouw kaartje nu ook alweer gegeven?