Columns
No Comments De perfecte man
Wat was ik weer eens lief gister. Omdat er een trein van de rails was gegleden en als onlosmakelijk gevolg daarvan alle bovenleidingen waren afgesloten ten westen van het Centraal wierp ik mij als gewillige chauffeur op voor mijn lief. Ik was weer de held en hand in hand reden wij verliefd, zij met bloemetjes in d’r haar, ik op fijne lakschoentjes, naar Purmerend. Het leven was fijn en mooi en alles rook lekker.
Omdat zij nou eenmaal moest gymmen om half acht huppelden we samen de
keuken in om snel een hippe eenpansmaaltijd te maken met de resterende
zuidelijke groenten die wij de week ervoor zo enthousiast uit de super
hadden meegenomen. Fluitend sneed ik de uien, de knoflook en het vlees
en zij ontfermde zich over de courgette, de olijven, de tomaten, de
laatste uit het zakje met drie kleuren paprika, de restjes
bleekselderij en de ietwat uitgelubberde aubergine. We gaven kusjes,
deden nog eens een romantisch dansje en speelden het volmaakte
geëmancipeerde stel.
Na een minuut of tien geroer in een vrolijk sissende pan
mengde ik de laatste ingrediënten erbij, snufte wat Italiaanse kruiden
over het geheel en schoof met pan en al bij aan de tafel waar zij de
kleurige Mexicaanse placemats had neergevleid om heerlijk tevreden te
gaan smikkelen nadat we elkaar met een lieve knuffel en een kus eet
smakelijk hadden gewenst. En wat aten we heerlijk, de vlindertjes in
onze buikjes smulden mee en om half zeven, een uur voordat haar
muzikale springklasje begon was zij klaar met eten en had dus genoeg
tijd om deze lichte doch gezonde maaltijd tijdig te verteren.
Het enige wanklankje was dat we waren vergeten haar fiets bij
het station op te halen. Geeft niks, zong ik als in een goede Fred en
Ginger Film, en liep tapdansend naar de sleutel en de achterdeur, om in
een andere, nog vrolijkere toonsoort te zingen dat we die wel even
gingen halen aangezien we toch tijd zat hadden. In de tuin liet ze me
aan onze fijne bloemetjes ruiken en eenmaal in de auto legden wij hand
in hand de vijfhonderd meter naar het station af, waar ik mijn motor
nog een paar keer geil liet grommen en haar daarna vrolijk toeterend
achterliet om haar thuis te verrassen met het feit dat ik al aan de
afwas was begonnen.
Want, zo dacht ik, dan vindt ze me nog weer liever, en
neuriënd begon ik aan de afwas. Met mijn afwasschortje aan zag ik haar
door het tuinhek komen, zwaaide vrolijk spetterend met mijn
afwasborstel en boog me weer over de glazen en de borden. "WAT DOE JIJ
NOU, LAAT JE ME ZOMAAR STAAN BIJ HET STATION!" hoor ik haar opeens
roepen. Verschrikt kijkt ik om. "Hè, wat, ik dacht dat jij gewoon terug
zou fietsen." "Ja, ik heb geeneens een jas aan, nou moest ik door de
kou, jij bent ook een mooie, ik dacht je gooit die fiets wel achter in
de auto". Daarna moet ze gelukkig hartelijk lachen en vertelt ze hoe ze
zichzelf al verontwaardigd heeft beklaagd bij een mevrouw op het
station.
Gedurende de rest van de avond word ik nog een paar keer
smalend herinnerd aan deze actie met de giechelende toevoeging dat dit
toch wel een echte Dirruk-actie is. Ook schoonmoe wordt op de hoogte
gesteld en lacht vrolijk mee.
Het zal ook eens een keertje niet zo zijn hè? Doe je echt je
stinkende best, gaat alles in perfecte harmonie, blijk je elkaar toch
weer niet te begrijpen en word je nog uitgelachen ook. Vanavond gooi ik
mezelf gewoon weer op de bank, roep om eten en bier, laat mijn voeten
op tafel rusten, ga met mijn ene hand een innige relatie aan met mijn
afstandbieding en wurm mijn andere hand onder de broekband om in een
echte bundy-pose de lekker te gaan zappen tussen voetbal en ander
mannelijk vermaak tot de kroeg mij roept om te gaan quizzen. Dan maar
niet de perfecte man, want dat lukt me zelfs op mijn beste dagen
kennelijk niet.
Popularity: 2% [?]